Begrippen A t/m E

Beroepscompetentie
Alle mbo-opleidingen staan in de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs. De kwalificatiestructuur is een geordend en samenhangend geheel van kwalificaties. Die kwalificaties zijn gebaseerd op kerntaken, kernopgaven en competenties. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten compenties. Beroepscompetenties zijn de ontwikkelbare vermogens van mensen om in hun voorkomende beroepssituaties op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen.

Beroepscompetentieprofielen
Een beroepscompetentieprofiel beschrijft een beroepsbeoefenaar die na het behalen van zijn diploma een aantal jaren ervaring heeft opgedaan (vakvolwassen beroepsbeoefenaar). Het is een uitgebreide beschrijving van alles wat de vakvolwassen beroepsbeoefenaar doet en moet kunnen. Een beroeps(competentie)profiel komt tot stand op basis van onderzoek uit te voeren in de beroepspraktijk. Een of meerdere beroepscompetentieprofielen vormen het referentiekader voor het ontwikkelen van een kwalificatiedossier.

Beroepsopleiding
Een beroepsopleiding richt zich op de kwalificatie voor verschillende niveaus van beroepsuitoefening. Het middelbaar beroepsonderwijs kent 4 niveaus, waarbij niveau 1 het laagste niveau is en niveau 4 het hoogste. Vanuit niveau 4 is doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs mogelijk.

Beroepsprofiel
Een beroepsprofiel geeft de essentie aan van een beroep en een omschrijving van de belangrijkste en meest voorkomende activiteiten in de beroepsuitoefening. Het beroepsprofiel bevat een gestructureerde verzameling uitspraken over: de essentie van een beroep of groep van beroepen, de centrale beroepsactiviteiten, de taken en handelingen die als regel in de uitoefening van het beroep voorkomen, de mate van verantwoordelijkheid, complexiteit en transfer. In het beroepsprofiel moet voldoende breedte tot uitdrukking komen. Dat wil zeggen: duurzaamheid, in meerdere bedrijven uit te voeren en in meerdere functies uit te oefenen. Een beroepsprofiel moet zijn gelegitimeerd door de sociale partners van de desbetreffende bedrijfstak. Beroepsprofielen (of andere gelegitimeerde documenten) liggen ten grondslag aan de kwalificaties.

Branchevereisten
Binnen een branche vastgestelde eisen waaraan een beginnend beroepsbeoefenaar moet voldoen om het beroep te kunnen uitoefenen. Door de minister wordt vastgesteld dat deze er zijn en dat ze gelden. In het kwalificatiedossier is aangegeven waar informatie over de branchevereisten te vinden is, bijvoorbeeld een website of een publicatie. De branchevereisten hoeven niet in het kwalificatiedossier te worden opgenomen.

Brondocument
De inhoud van een kwalificatiedossier is gebaseerd op de inhoud van vaste 'bronnen', dat wil zeggen beroeps(competentie)profielen en het document 'Leren, Loopbaan en Burgerschap'. Beide documenten zijn brondocumenten.

Burgerschapscompetentie
Alle mbo-opleidingen staan in de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs. De kwalificatiestructuur is een geordend en samenhangend geheel van kwalificaties. Die kwalificaties zijn gebaseerd op kerntaken, kernopgaven en competenties. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten compenties. Burgerschapscompetenties zijn de ontwikkelde vermogens van mensen om in voorkomende maatschappelijke situaties op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen. Burgerschapscompetenties hebben betrekking op het vermogen met individueel verantwoordelijkheidsbesef te kunnen functioneren in het publieke domein, dat wil zeggen om in de maatschappij te participeren als actief burger en daarbij zelfstandig en verantwoord te handelen.

Centraal Register Beroepsopleidingen (CREBO)
Het Centraal Register Beroepsopleidingen is een systematische verzameling gegevens over erkende beroepsopleidingen en bijbehorende opleiding- en exameninstellingen. De beroepsopleidingen van ROC's, AOC's en vakinstellingen zijn erkend door het ministerie van OCW; particuliere onderwijsinstellingen kunnen per opleiding erkenning aanvragen bij het ministerie. Het CREBO is te raadplegen op www.cfi.nl.

Certificeerbare eenheid
Binnen een kwalificatiedossier kan een deel van de werkzaamheden in een bepaald beroep als Certificeerbare Eenheid worden onderscheiden, wanneer dat deel arbeidsmarktrelevantie heeft. Arbeidsmarktrelevantie wil zeggen dat iemand er betaald werk mee kan krijgen. Vaak zullen voor dit deel van het beroep ook aparte functiebenamingen bestaan. Aan een Certificeerbare Eenheid is een certificaat verbonden. Het certificaat is een op de arbeidsmarkt herkend en erkend bewijsstuk dat de betreffende persoon in staat is een afgebakend en samenhangend geheel van werkprocessen afkomstig uit een (of meerdere) kerntaken uit te voeren en beschikt over de daarvoor noodzakelijke competenties.

Competenties
Competenties zijn ontwikkelbare vermogens van mensen waarmee ze in voor­komende situaties adequaat, gemotiveerd, proces- en resultaatgericht kunnen handelen. Competenties zijn samengesteld van karakter en relateren aan onder­liggende vaardigheden, kennis en houding. Competenties krijgen pas betekenis in een context. Of iemand over de gevraagde competenties beschikt, wordt zichtbaar in gedrag dat, als één van de voorwaarden, leidt tot succes bij uitoefenen van het beroep.

Competentiegericht onderwijs
De competentiegerichte kwalificatiestructuur is niet hetzelfde als competentiegericht beroepsonderwijs. Het competentiegerichte onderwijs is een verzamelnaam voor de manieren waarop scholen competentiegerichte opleidingen aanbieden. Bij competentiegericht onderwijs gaat het om de manier van vormgeven van opleidingen. Competenties vormen het uitgangspunt van opleidingsprogramma's.

Complexiteit
Dit is een van de twee criteria die het niveau van de kwalificatie bepalen. Het geeft de mate aan waarin (beroepsmatige) handelingen gebaseerd zijn op de toepassing en het bedenken dan wel het combineren van (routinematige en standaard-)procedures. De complexiteit van de beroepssituatie wordt hier getypeerd naar de mate waarin routinematige of niet-routinematige procedures en van nieuwe oplossingsprocedures sprake is. Het andere criterium is verantwoordelijkheid.

Component
Dezelfde competentie kan - bij toepassing ervan in verschillende (beroeps)contexten - verschillende accenten hebben. Daarom heeft elke competentie in het KBB-competentiemodel (powered by SHL) een aantal componenten. Per situatie kan worden aangegeven op welke component(en) bij het aanwenden van de competentie het accent ligt. Componenten zijn verbijzonderingen en associaties van competenties. Zo kent de competentie 'Overtuigen en beïnvloeden' als componenten onder andere 'Indruk maken op anderen', 'Onderhandelen' en 'Overeenstemming nastreven'. De componenten maken het mogelijk preciezer aan te geven welk gedrag bij het toepassen van een bepaalde competentie in een bepaalde context gevraagd wordt. Zie ook het KBB-competentiemodel (powered by SHL).

Diploma
Een diploma is een krachtens de wet erkend document waarmee is aangetoond en vastgelegd dat de bezitter een omschreven kwalificatie behaald heeft. Gekoppeld aan de kwalificatiestructuur is een diploma het bewijsstuk dat een persoon heeft voldaan aan de eisen die in het door de minister van OCW/LNV vastgestelde kwalificatiedossier bij de uitstroom worden vermeld. In het dossier wordt over het diploma vermeld: de naam van het diploma (gelijk aan de uitstroom, het niveau en eventuele schoolvermeldingen.

EVC
Het proces van het Erkennen van Verworven Competenties (EVC) heeft tot doel het vaststellen van de verworven competenties, zodat ze door andere partijen erkend kunnen worden. EVC is voor verschillende doeleinden te gebruiken: -door werkgevers die op basis van de vastgelegde gegevens mensen aannemen of zittende medewerkers ondersteunen bij het nemen van verdere stappen in hun loopbaan. Werkgevers gebruiken EVC als een HRM-instrument -door de scholingsinstituten die in hun opleidingen vrijstelling verlenen voor reeds verworven competenties. De scholen gebruiken EVC als een vrijstellingsregeling -individuen/individuele werknemers die met behulp van EVC kunnen (laten) vaststellen welke competenties ze via informeel leren verworven hebben; na eventuele aanvullende opleiding kan dit leiden tot het verkrijgen van een landelijk erkend diploma

Examen
Het examen toetst of de examenkandidaat bij het voltooien van de opleiding de competenties beschreven in het kwalificatiedossier succesvol kan inzetten bij het uitoefenen van het beroep. Zie ook kwalificatiedossier.